kippen in de veehouderij

Op de vooroorlogse (gemengde) boeren bedrijven liepen de kippen veelal vrij rond op het erf. Ze scharrelden zelf hun voedsel bij elkaar, zoals insecten en zaden. Ze werden bijgevoerd met restjes uit de keuken. De kippen hadden veel bewegingsvrijheid en werden beschermd door een alerte haan. Kippen waren in die tijd vooral een aanvulling op het inkomen en voedsel van het gezin, geen onderdeel van een grootschalige industrie.

Industrialisatie

Na de oorlog verdween de kip geleidelijk van het boerenerf. Kippen werden steeds vaker in grote aantallen gehouden, niet langer in de buitenlucht maar in een dichte stal. Binnen in de stal werd er gewerkt aan de ideale omstandigheden voor een efficiënte productie. Denk hierbij aan kunstlicht, een continue temperatuur en speciaal voer. Van nature gaan kippen in de winter in rust, ze leggen dan bijna geen eieren meer. In een dichte stal ervaart de kip geen veranderingen meer in de seizoenen, ze wordt gemanipuleerd middels licht en temperatuur en legt dus het gehele jaar rond eieren. Binnen in de stal bouwen de dieren ook geen weerstand op, ze worden bij de geboorte gevaccineerd tegen een aantal besmettelijke ziektes zoals pokken, luchtweginfecties en virussen.

Waar de kip voorheen werd gehouden voor het vlees én de eieren werd er nu op één aspect verder gefokt, er kwamen rassen voor de productie van vlees en er kwamen rassen voor de productie van eieren.

Vleeskippen

In landen zoals de Verenigde Staten begon men kippen doelgericht te fokken op snelle groei en veel vlees. Door intensieve selectie, voer en industriële houderij groeiden kippen steeds sneller. Waar een kip vroeger maanden nodig had, kon dat tegen het einde van de 20e eeuw in ongeveer 6 weken.

Rond 2010 raakte de Nederlandse consument bekend met de term ‘plofkip’, een type kuiken dat extreem snel wordt grootgebracht voor de vleesproductie. Binnen zes weken woog zo een kuiken tussen de 2 tot 2,5 kg, tegenover de 1 tot 1,5 kg die een kuiken rond die leeftijd hoorde te wegen.

Ondanks de kritiek op de plofkip hebben moderne vleeskuikens, 1 ster beter leven, het nog niet veel beter, ze hebben nu 7-8 weken om het gewicht van 2,2-2,5 kg te behalen. Biologische vleeskuikens, 3 ster beter leven, heeft 10 tot 12 weken om tot dit gewicht te komen.

Legkippen

In tegenstelling tot een vleeskuiken ziet een legkip er een stuk ‘normaler’ uit, het zijn ranke dieren die zijn gefokt op hun hoge ei productie. Wanneer de hennen 5 maanden oud zijn beginnen ze met het leggen van eieren. De hennen produceren totdat ze 20-24 maanden oud zijn elke dag een ei, daarna neemt ze productie af. Leghennen worden dan ook niet ouder dan 20-24 maanden.

Een klein deel van de leghennen leeft nog in kooien, dit zijn ruimtes waarin enkele tientallen kippen samenleven. In de kooi heeft elke kip ongeveer een a4tje aan ruimte. Langzaam verdwijnt de koloniekooi, op dit moment worden nog 12% van de leghennen in Nederland op deze manier gehouden.

Het grootste aantal kippen, 60% leeft in een ‘scharrelstal’. Dit is een ruimer opgezet systeem dan de eerder besproken koloniekooi. De kippen leven allemaal samen in een dichte stal, met 9 kippen per vierkante meter. Ze hebben dus iets meer ruimte dan in een kooi, maar het is niet ideaal.

Van nature leeft een kip in een groep van maximaal 80 soortgenoten. Binnen deze omvang kan een kip de andere kippen herkennen en onthouden. Dit is belangrijk voor de rust binnen de groep, omdat elke kip precies weet welke plaats zij inneemt in de pikorde. Wanneer het aantal kippen groter wordt dan 80, moet de pikorde voortdurend opnieuw worden uitgevochten, wat voor stress en onrust kan zorgen.


Kippen letten daarnaast zeer goed op elkaars getok en gebruiken dit om met elkaar te communiceren. In de grote, drukke stallen van de intensieve veehouderij, waar duizenden kippen bij elkaar zitten, kunnen ze elkaar echter niet goed verstaan. Dit bemoeilijkt hun natuurlijke sociale gedrag en draagt bij aan stress binnen de groep.

Aan het einde van de legperiode zijn de hennen erg kwetsbaar, omdat de hen dagelijks een ei produceert ontstaat er een chronisch calcium tekort. Haar botten zijn hierdoor brozer. Door de combinatie van botontkalking, het opspringen tegen obstakels in de stal, stres en de manier waarop de kippen worden gevangen, eindigen veel van de hennen met breuken.

Toekomst

Inmiddels zijn er steeds meer mensen die op een andere manier nadenken over het houden van varkens, er moet meer aandacht zijn voor dierenwelzijn, varkens zijn geen zielloze wezens zonder enig zelfbesef. Het is nu aan de consument, de politiek, supermarkten en de banken om de transitie verder op weg te helpen, er zijn genoeg (jonge) boeren die het bedrijf willen inrichten naar de behoeftes van het dier.