Kraamkamer

Van nature krijgt het wilde zwijn haar biggen in een nest. Vlak voordat de biggetjes worden geboren, graaft de moeder (de zeug) een aanzienlijke kuil in de grond. Deze bekleedt ze rijkelijk met varens, grassen, bladeren en mos om de jongen warm te houden. Daar verblijft ze ongeveer een week voordat ze de biggen mee neemt naar de kudde. Het aantal biggen varieert van 3 tot 12 dieren. In tegenstelling tot de zeugen uit de veehouderij zijn wilde zwijnen slank en hoog op de poten. Ze hebben amper vet waardoor het dooddrukken van biggen nauwelijks voorkomt. Biggen sterven vaker door kou, wind, roofdieren of ziekte. 

In de veehouderij behoort het dooddrukken van de biggen tot het grootste risico. Om dit te voorkomen lees je hier meer. Ook kan het type kraamkamer een groot verschil maken. 

Varkenshut

Deze varkenshut is voorzien van een dikke laag stro en een bodem van zand. De zeug zal voordat ze gaat werpen een ondiepe kuil graven en deze aanvullen met stro. De aflopende wanden van de hut zorgen er voor dat de biggen altijd ruimte hebben om aan de kant te gaan. 

Het is lastiger om een zeug te assisteren wanneer ze werpt in dit type schuilhut. Als de zeug het niet toelaat dan is het ook lastig om de biggen te controleren. 

Stal

Deze zeug heeft geworpen in een stal. Ook hier is ze voorzien van een dikke laag stro. Daaronder ligt zaagsel. De zeug heeft een uitloop naar buiten om haar behoeftes te doen. Een gedeelte van de stal is afgezet met balken. In dat gedeelte is de warmtelamp opgehangen zodat de biggen daar rusten.