Zelf fokken

Het krijgen van een nest biggen is een bijzondere ervaring, maar vraagt wel om de juiste voorbereiding en kennis.

Bij het kiezen van een dekbeer is het belangrijk dat deze niet veel groter of zwaarder is dan de gelt. Wanneer een beer te zwaar is kan hij tijdens het dekken letsel veroorzaken doordat hij te veel gewicht op de gelt uitoefent, wat in sommige gevallen gevaarlijk kan zijn. Het gebruik van een jonge dekbeer of kunstmatige inseminatie (KI) kan daarom een geschikte keuze zijn. Houd er rekening mee dat jonge dekberen vaak nog weinig ervaring hebben. Sommige dieren dekken in het begin niet direct succesvol en moeten eerst leren hoe het dekproces werkt. Dit vraagt meestal wat tijd en geduld. Je kunt ook een dekbeer ‘lenen’ van een andere varkenshouder. De beer leeft dan een tijdje tussen jouw zeugen. 

Berigheid

Wanneer kan een zeug gedekt worden? Veel varkenshouders wachten tot de tweede of derde berigheid voordat ze voor het eerst dekken. Dat leidt vaak tot betere vruchtbaarheid en grotere tomen dan dekken bij de eerste berigheid.

Berigheid is vaak te herkennen aan een gezwollen, rodere vagina. Ook is de zeug onrustig en heeft ze meer interesse in andere varkens. Een ander belangrijk tegen is het ‘sta reflex’. Het sta-reflex uit zich wanneer een berige zeug of gelt stokstijf stil blijft staan, met de oren rechtop naar achter, wanneer er druk wordt uitgeoefend op haar rug/ achterflank. 

Bij volwassen zeugen duurt de berigheid doorgaans 2–3 dagen. De beste dekking vindt meestal plaats tijdens de periode waarin het sta-reflex duidelijk aanwezig is.

paring

Bij een natuurlijke paring zal een beer de zeug verleiden door om haar heen te lopen, met zijn neus in haar flanken te porren en speciale geluidjes te maken. Als de zeug geen zin heeft kan het er onstuimig aan toe gaan. Zorg dan ook voor voldoende ruimte. 

Boeren kiezen bijvoorbeeld voor kunstmatige inseminatie wanneer ze zelf niet beschikken over een beer of wanneer er geen beer beschikbaar is van het ras waarmee ze willen fokken. 

Bonte bentheimer

Na een succesvolle dekking is een zeug 115 dagen drachtig. Een ezelsbruggetje om dit te onthouden: het is precies 3 maanden, 3 weken en 3 dagen. De dracht wordt doorgaans twee keer gecontroleerd: na 3 weken en na 6 weken maakt de veearts een echo. 

Naast voldoende water en structuurrijk voedsel is het goed om de zeug extra zeugenbrok te geven. Tijdens de dracht vertoont de zeug normaal gedrag. Pas op het einde zal ze zich willen afzonderen en gaat ze aan de slag met haar nest. Een zeug die voor het eerst biggen krijgt heet een gelt en heeft soms hulp nodig bij de bevalling. Het gedrag van een zeug kan veranderen wanneer ze voor haar biggen zorgt. Wees daarom altijd voorzichtig. 

Tamworth

De geboorte duurt doorgaans drie tot vier uur in totaal. Tussen de geboorte van de afzonderlijke biggen zit meestal ongeveer een kwartier. Heftig gezwaai met de zeugenstaart kondigt de volgende big aan.

Aan de binnenkant van de voorpoten van de zeug zit een geurklier. Deze verspreidt de nestgeur. Als de biggen geboren zijn, wijst de geurklier ze de weg naar de tepels. De biggen nemen de geur van de moeder aan en daardoor kunnen ze herkend worden door de eigen moeder, maar ook door de andere zeugen: ‘’dat is er niet een van mij.’’

Mangalitza

Mangalitza varkens, ook wel Wolvarkens genoemd, staan bekend om hun stugge, gekrulde vacht. Het ras komt oorspronkelijk uit Hongarije, waar ze in de winter goed gedijen dankzij de dikke vacht en hun kenmerkende speklaag. Het vlees van Mangalitza varkens heeft dan ook een hoger vetgehalte dan de meeste varkensrassen.

Het zijn zachtaardige, zelfredzame dieren. Ze hebben wel graag voldoende mogelijkheden om zichzelf ergens tegenaan te schuren. Met name in het voorjaar, als ze een deel van hun vacht verliezen. Een Mangalitza-zeug krijgt gemiddeld 4 tot 8 biggen per worp. De jongen hebben eenzelfde soort tekening als de biggen van het wilde zwijn.

Mangalitza’s groeien aanzienlijk langzamer dan gangbare vleesvarkens. Waar een modern vleesvarken na 6 maanden al rond de 110–120 kg kan wegen, bereikt een Mangalitza dit gewicht vaak pas rond de leeftijd van 12 maanden of later.

Berkshire

Het Berkshire varken is een oud Engels varkensras dat afkomstig is uit het graafschap Berkshire. Het ras is gemakkelijk te herkennen aan zijn zwarte kleur met witte aftekeningen op de poten, snuit en staartpuntje. Hun dikke vacht en de aanwezige speklaag maakt ze geschikt voor wisselende temperaturen.

Berkshire varkens staan bekend om hun rustige karakter, sterke gezondheid en het kwalitatieve vlees.

Deze varkens groeien relatief langzaam en werpen minder biggen dan moderne vleesvarkens. Tegenwoordig is het, vooral vanwege de Brexit, lastig om fokdieren te importeren. Dit is belangrijk om inteelt te voorkomen. Hierdoor worden 100% Berkshire varkens steeds zeldzamer in Nederland.

Large Yokshire - Deens Landras

Denkt men aan een varken dan denkt men waarschijnlijk aan een Large Yorkshire, dit type varken is ‘roze’ van kleur en heeft grote rechtopstaande oren. Het Deense landras varken is ook roze van kleur, maar heeft hangende oren. Deze varkensrassen groeien relatief snel en werpen een groot aantal biggen. Het Deense Landras is slanker en langer van bouw, Yorkshire varkens zijn robuuster.

Deze eigenschappen zorgde er voor dat deze rassen als basis werden genomen voor het moderne vleesvarken. Binnen in de stallen, waar het warm is en het voer vooral gericht is op een snelle groei, ontwikkelen de vlees varkens geen vacht. Maar zodra je deze varkens naar buiten laat zal je zien dat ze een mooi vachtje ontwikkelen. Het is dus niet waar dat deze varkens verbranden in de zon, mits ze een vacht hebben. Toch is het nodig om hier wel op te letten wanneer een dier iets minder goed in de beharing zit. Voldoende schaduw en modderbaden is dus aangeraden.

Doordat de varkens sneller groeien, ca. 110 kg bij 6 maanden (afhankelijk van het voer), bestaat er een kans dat de dieren sneller last hebben van gewrichtsproblemen. Wanneer je de varkens pas op latere leeftijd wilt slachten is dit iets om rekening mee te houden. De Yorkshire en het Deense landras zijn, voor de buitenvarkenshouderij, met name geschikt om mee te kruisen. Bijvoorbeeld met Duroc varkens, Berkshire varkens of Husumer varkens.

Husumer

Husumer varkens zijn sterk en robuust. Ze zijn zachtaardig en hebben de juiste eigenschappen om het gele jaar rond buiten te leven. 

De kleuren van de Husumer, rood met een witte streep, zijn hetzelfde als van de Deense vlag. Eind 19e eeuw mochten in Duitsland wonende Denen hun Deense vlag niet meer hijsen. Ze fokten de Husumer als een stil protestmiddel, het rood en wit stond voor hun vlag. Daarmee werd het varken bekend als een zogenaamd ‘protestvarken’. In 1954 werd het ras officieel erkend. In 1968 ging het niet goed met het ras, het is zelfs even als uitgestorven beschouwd. Gelukkig werden er in de jaren 80 varkens ontdekt die overeenkwamen met de beschrijving van het Husumer varken. Toch is het ras nog altijd zeer zeldzaam. Het is niet gemakkelijk om nieuwe Husumer genen in te kruisen, daarom wordt er vaak met andere rassen gekruist.

Kruisingen

Veel varkenshouders experimenten met het kruisen van verschillende rassen. Je kunt bijvoorbeeld een type varken fokken dat goed past binnen jouw boerderij. Sommige boeren willen bijvoorbeeld relatief kleine worpen, 6-8 biggen is voor hen ruim voldoende. Andere boeren willen varkens die wat vetter zijn.

Uit kruisingen ontstaan vaak bijzondere dieren. Hier een aantal voorbeelden.